woensdag 13 april 2011

“Breendonk, daar zult gij wel spreken, want we hebben er de middelen om u te doen spreken.”

Leerwens: ik wou wat meer te weten komen over WOII, de holocaust, jodenvervolging,....

Actie: Bezoek Breendonk op 10/2/'11
“Als ge Breendonk nog niet kent, zullen we het u leren kennen.”

Een dag in Breendonk, een gestructureerde dag, een dag in looppas, een dag zonder enige rust, een dag zoals alle anderen, een dag met folteringen, een dag met de dood, een dag in Breendonk.

In het SS-bureau werden mensen ingeschreven van burger tot nummer. Door dit nummer konden de SS’ers de nummers tellen. Zij bepalen wie je bent, en in welke volgorde je moet staan. Het nummer stond op het borstzakje. Op die manier kon je niet vergeten wie je bent. De paarden kregen een naam (zie je nog bij de stallingen), de gevangenen een nummer.

Gevangenen stierven aan ‘natuurlijke dood’, maar ondergingen dwangarbeid, marteling, uitputting, mishandeling. De honger was steeds aanwezig in Breendonk.
Logementen zijn klein, vochtig en muf.  Na het ontwaken, moest men z’n bed opmaken, anders geen brood. De gruwelijkheden ontnamen de eetlust. Maar ook de maaltijden zagen er niet smakelijk uit, droog brood en magere soep.
Wie niet meewerkt, moet naar de isoleercel, waar je de ganse dag in het midden ‘in de houding’ moet blijven staan. Doel: om je tot betere gedachten te brengen. Folterkamer: voor een verscherpt verhoor. De gang naar de folterkamer was een soort van wachtruimte. De folterkamer had een sobere, doelmatige inrichting. De SS’ers hadden een manier om te doen praten. Gevangenen werden aan een haak omhoog getrokken, tot schouders uit de kom waren. Nadien lieten ze hen op piramides op de grond vallen, met het verlies van het bewustzijn tot gevolg. Gevangenen die nog steeds niet spraken, werden hoger opgetrokken of er werd een afgedankte papierpers als duimschroef gebruikt.

Een joods leven was erg weinig waard. Tijdens het eerste bezettingsjaar maken de joden de helft uit van het gevangenenbestand. Vanaf 1942 en de oprichting van de Dossin-kazerne, waar de joden verzameld worden voor hun vertrek naar het oosten en de uitroeiingskampen, verdwijnt het merendeel van de joodse bevolking uit Breendonk waardoor het kamp geleidelijk een opvangkamp  voor politieke gevangenen en verzetslui wordt. Ariërs en joden zaten van mekaar afgezonderd.

De executie, de vrees te moeten sterven drong tot het diepste van de ziel door. Op ½ uur was alles voorbij. Schoten, kar die de lijken kwam ophalen, joden moeten klompen opbergen voor de plaatsvervangers van morgen. In totaal hebben ongeveer 3500 personen, waaronder een dertigtal vrouwen, de “Hel van Breendonk”, gekend. Ongeveer de helft van die 3500 keerden niet levend terug uit de kampen.

Leereffect:
Het bezoek heeft mij erg geraakt. Ik was er als jongere al eens geweest, maar dit individueel bezoek was toch emotioneler. Vooral wanneer je alleen door de koude, donkere, vochtige gangen stapt, geeft dit toch een beklemmend gevoel. Ik heb mij de rest van de dag erg koud gevoeld, tot in het binnenste van mijn lichaam. Ik kan me niet inbeelden hoe door en door koud de gevangenen zich moeten gevoeld hebben.
Ik heb altijd gedacht dat alleen joden vervolgd werden. Hier heb ik toch een ander deel van de realiteit gezien.
Naar aanleiding van dit bezoek, had ik graag ook een bezoek gebracht aan de Dossin Kazerne in Mechelen.

Leerplandoelen:
Dit bezoek is naar mijn mening niet geschikt voor kinderen van het LO. Maar het kan wel aangehaald worden wanneer men over WOII praat.
Mens en Tijd:
8.11: Kinderen kunnen de eeuwenband en de tijdband van de grote perioden in de Europese geschiedenis functioneel gebruiken. Dit houdt in dat ze op een tijdband een aantal belangrijke economische en sociale gebeurtenissen kunnen situeren, o.a. gebeurtenissen als Tweede Wereldoorlog, ...
8.16: Kinderen beseffen dat kennis nemen van het verleden altijd gebeurt vanuit bronnen die vaak onvolledig of beperkt zijn.
Mens en zingeving:
2.3: Kinderen ontdekken hoe mensen omgaan met groete momenten in het leven. Kinderen stellen vast en uiten dat mensen overal en in alle tijden nadenken over groete momenten in het leven.

dinsdag 5 april 2011

acties

Ik heb al enkele acties ondernomen in functie van mijn onderzoeksvragen. Ik bracht een bezoek aan Breendonk, vond een boek i.v.m. giftig zijn in samenwerking met de kinderuniversiteit. Ik heb hiervan notieties gemaakt in een notaboekje en probeer die in de eerste week van de paasvakantie op mijn blog te posten.

maandag 7 maart 2011

Vragen

Ik heb voor mezelf een 5-tal onderzoeksvragen opgesteld. Er zijn uiteraard veel meer onderwerpen die me erg interesseren. Sommigen ideeën zijn ontstaan op basis van vragen van mijn dochter. Dit waren onderwerpen waar ze zich zelf vragen bij stelde en waar je als volwassene niet bij stilstaat.
-          Bestaan blauwe paasbloemen (narcissen)?
-          Waarom krijg je blauwe randen onder je ogen (donkere wallen wanneer je moe bent)?
-          Wat is giftig? Wat maakt dat iets giftig is?
-          De Holocaust, concentratiekampen, hoe ging het eraan toe? Welke mensen deden mee?
-          De vierde wereld in België. Hoe leven deze mensen?

maandag 7 februari 2011

Beginsituatie

Mijn explorerende grondhouding
Ik heb uit het criteriablad de belangrijkste punten voor mezelf gehaald:
Hierin sta ik al ver:
-          Ik kan intens kijken, horen, ruiken, voelen, proeven, tasten,….
-          Ik kan gedetailleerd waarnemen
-          Ik kan actief en zelfstandig onderzoeken en ontdekken
-          Ik toon bezieling, enthousiasme, verwondering,… tijdens het exploreren
Hierin heb ik nog een weg af te leggen:
-          ik stel spontaan leervragen of onderzoeksvragen
-          ik exploreer spontaan en niet opdrachtgericht
-          ik maak gebruik van hulpmaterialen en onderzoeksmaterialen om zelf meer eigenschappen en mogelijkheden te ontdekken over het materiaal

Als ik naar het criteriablad kijk voor de explorerende grondhouding, vallen mij een aantal dingen op. Bij verschillende punten heb ik wel de indruk dat ik dit “kan”, maar ik pas het niet automatisch toe. Ik kan bijvoorbeeld actief en zelfstandig onderzoeken, maar trap snel in de valkuil en vraag uitleg aan iemand die hier meer over weet. Dit is een gemakkelijkere oplossing, maar waardoor je niet fundamenteel leert. Kinderen leren ook op die manier. Door zelf te onderzoeken en ervaren blijven de “ontdekkingen” beter hangen.
Ik merk ook dat kinderen tijdens exploreren en ontdekken veel meer betrokken zijn dan tijdens lessen waarin de leerstof overlopen of gedicteerd wordt door de leerkracht. Het is uiteraard voor jezelf als leerkracht gemakkelijker als je het perfecte scenario voorbereid

Bestaansdimensies van WO
Overkoepelende doelstellingen
Hierbij vind ik het voor mezelf belangrijk dat ik de actualiteit blijf volgen en op die manier zorgen voor verbondenheid met de wereld. Doordat we een abonnement op de krant hebben, lukt dit mij vrij goed. Maar ik wil bewust ook actiever betrokken blijven met politiek in de wereld. Dit thema heeft mij steeds het minst geboeid. Toch merk ik dat dit erg belangrijk is en bij kinderen vragen oproept. Hier wil ik mij vanaf nu meer op focussen.
Mens en levensonderhoud
Waar ik mezelf minder zeker in voel is de Vierde Wereld. In ons rijke westen zijn er toch mensen die het met veel minder moeten doen. Ik ben mij wel bewust van een aantal instanties die opkomen voor deze mensen. Maar toch zou ik hier graag meer over te weten komen. Het is een wereld waar velen liefst niet veel contact mee hebben, maar waar kinderen soms ook mee geconfronteerd worden in de klas. Waarom heeft hij/zij geen mooie kleren? Waarom doet hij/zij geen verjaardagsfeestje? Of koopt hij/zij geen cadeautje?
Mens en zingeving
Dit heeft te maken met het typisch menselijke, normen en waarden.
Ik ben mij erg bewust van de grote verscheidenheid van de bevolking en heb hier absoluut respect voor. Toch merk ik bij mezelf dat ik over bepaalde godsdiensten, politieke stromingen,… onvoldoende kennis heb. Wanneer ik les geef aan een klas waar moslims in zitten, voel ik als leerkracht soms die onzekerheid. Waar hechten zij belang aan? Wat zijn hun normen? Of gewoonten? Ik wil hier veel meer kennis over opdoen, maar ben soms bang om er met hen over te praten.
Mens en het muzische
Ik ben zelf heel actief, maar ook passief met het muzische bezig. Waar ik het nog wel moeilijk mee heb, is de interpretatie van schilderkunst of beeldhouwkunst. Maar ook het vormen van een eigen mening die verder gaat dan mooi of niet mooi.
Mens en de samenleving
Dit is voor mij een beetje verbonden met de overkoepelende doelstellingen.  Welke instanties houden zich bezig met het bevorderen van de kwaliteit van onze samenleving? Wat weet ik over macht en gezag in de verschillende politieke instellingen? Voorlopig nog niet veel. Hier is duidelijk nog wat werk aan!
Mens en techniek
Hiervan heb ik nog heel wat bij te leren: verschillende materialen, energiebronnen en hoe werken ze, instrumenten, hoe worden bepaalde producten ontwikkeld, ….
Waar ik mezelf dan wel vrij sterk in vind, is het in mekaar zetten van constructies, ruimtelijk inzicht, opstellen van een plan,…
Mens en natuur
 Als leerkracht aardrijkskunde heb ik hiervan al een goede bagage in mijn rugzak. Op vlak van fauna en flora heb ik wel nog een redelijke weg af te leggen. Dit zijn zeker aspecten die mij erg interesseren, maar ik ben er nog niet bewust mee bezig geweest. Zelf ben ik graag in de tuin aan de slag, dus heb ik toch al een basiskennis. Ik wil mij hier zeker in verdiepen.
Mens en tijd
Bij het studeren van het vak geschiedenis, heb ik hier veel meer interesse voor gekregen. Ik was voordien echt een complete leek op vlak van geschiedenis. Nadien, zijn er voor mezelf een aantal periodes waar ik toch meer wil van te weten komen. Vb. WOII. Ik wil meer te weten komen over het regime tijdens deze periode, de concentratiekampen,….
Mens en ruimte
Ik heb hier als leerkracht aardrijkskunde een goede basiskennis. Ik wil voor mezelf nog op zoek gaan naar meer info over het thema verkeer. Wat is hiervan belangrijk voor het lager onderwijs?

Werkplek
Ik heb tot nu nog geen ervaring opgedaan op vlak van WO. Volgende week start ik een nieuwe interim waarvan 3 dagen in de derde graad. Ik hoop hier veel ervaringen op te doen.
Voorbije jaren in de opleiding BASO volgde ik het vak aardrijkskunde. Als ik terugkijk op die periode zie ik een duidelijke evolutie in mijn lesgeven. Ik merk hoe ik in het begin vastgeklonken was aan mijn lesvoorbereiding en weinig oog had voor de klas. Alles verliep volgens het vooraf bedacht plan. Naar het einde toe, kon ik mijn lesvoorbereiding en de werkblaadjes loslaten. Ik schrapte oefeningen omdat ik ze niet goed vond voor mijn leerdoelen. Ik ging veel sterker werken vanuit de leefwereld van de kinderen, liet leerlingen zelf op zoek gaan naar redenen of oorzaken. Ik zette leerlingen ook veel meer aan het werk. Actie! Is belangrijk…. In functie van je leerdoelen.